Stop communicatieve armoede

Wat mij het meest stoort aan de opgelaaide discussie over het bestaansrecht van zwarte piet is niet het standpunt dat mensen innemen, maar de snelheid waarmee ze dat doen en de desinteresse voor de onderliggende argumenten. Sociale media nodigen uit om in een split second je mening te lanceren zonder ruimte te bieden voor onderbouwing. Die onderbouwing lijkt steeds vaker niet relevant. En eenmaal ingenomen standpunten worden zelden herzien of bijgesteld. Sterker nog we lijken steeds meer bedreven in escaleren. Een doodsbedreiging uiten aan iemand die een feest – waar ik dol op ben – ter discussie stelt, is vanzelfsprekender dan het aangaan van een echte dialoog.

De ruimte tussen stimulus en response wordt hierdoor flinterdun. Daarmee dreigt het verschil tussen mens en dier te verdwijnen. We communiceren in goedkope standpunten en nemen geen tijd ons echt te verdiepen in de wijze waarop we zelf – laat staan anderen - tot een standpunt komen. In termen van hoogleraar Argyris: we pleiten wel, maar onderzoeken weinig. Ingenomen standpunten zijn er meestal om te verdedigen en niet om te onderzoeken. Het gevolg: botsende en escalerende standpunten en mensen die uit contact raken.

Deze communicatieve armoede groeit. De financiële crisis ontstond voor een deel omdat we producten (ver)kochten die we niet meer begrepen. De politiek zegt te debatteren maar grossiert in oneliners voor het oog van de camera en ontwijkt in de Eerste en Tweede Kamer een echte dialoog. Raden van bestuur en directies zijn zelden in echt contact met de werkvloer en elkaar. Wat ontbreekt? Tijd en interesse om echt te luisteren en in verbinding samen iets nieuws te creëren.

Communicatie betekent 'delen' en we verengen het tot zenden. Hoe staat het met ons luisteren? Goed luisteren vereist topsport! De Chinezen wisten dat al eeuwen terug en legden die wijsheid in hun karakterteken voor luisteren vast. Het karakter bestaat uit vijf subtekens: oor, oog, hart, onverdeelde aandacht en jij. Het oor staat voor het opvangen van de letterlijke woorden. Het oog nodigt je uit bij het luisteren ook te observeren hoe iemand het zegt en het hart attendeert je op de waarde van luisteren met mededogen en gevoel: empathie. En dan zijn er nog het teken voor de onverdeelde aandacht: niet luisteren terwijl je al aan je tegenargument werkt, niet luisteren terwijl je met je boodschappenlijst van de avond stoeit, maar met je volle aandacht en interesse bij die ander zijn. Eerst begrijpen wat iemand bedoelt en dan pas je
eigen standpunt bepalen of bijstellen. En tot slot: het teken voor 'jij'. Daar zit de belangrijkste waarschuwing: 'pas op voor je eigen projectie'.

Otto Scharmer onderscheidt in zijn theory U vier niveaus van luisteren: Verzamelen van informatie ('downloaden'): luisteren ter bevestiging van wat we al weten. Gericht luisteren (object focused listening): luisteren naar informatie die afwijkt van wat we al weten. Empatisch luisteren: verplaatsen in het perspectief van een ander zonder oordeel. Generatief luisteren: luisteren om te creëren; waarbij een verandering van jezelf noodzakelijk is. Lees die vorige zin enkele malen!

Deze vormen van luisteren dwingen ons om de ruimte tussen stimulus en response te vergroten. Ron Plattel vatte het tijdens een spannende werkconferentie met een directie van een organisatie waarin de beroerde interne communicatie centraal stond mooi samen door op de flip over te zetten: communicatie is aandacht.

Onze tijd schreeuwt om verbinding. Laten we de communicatieve armoede stoppen en beginnen met aandacht voor de mening van anderen en de bereidheid om ingenomen standpunten op basis van goed luisteren en reflectie waar nodig bij te stellen.

Reacties zijn welkom op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Naar de vorige columns:


Obama de man van anaforen en antimetabolen

Lees meer...

Samen met Movise ontwikkelde ik afgelopen jaar een workshop op maat voor professionals en managers in de welzijnssector. Hoe presenteer je overtuigend over je vak? Hoe leg je uit wat de toegevoegde waarde is van het welzijnswerk voor alle stakeholders? Hoe overtuig je gemeenteraadsleden en betrek je burgers?

Bij de start analyseren we de speeches van Barack Obama. Wat maakt dat hij veel mensen raakt? Het valt ons direct op dat hij weinig jargon, abstracties en beleidstaal kiest, maar juist veel  concrete beelden. Hij zegt niet:  er vond een technologische revolutie vol innovaties plaats, maar vangt die ontwikkeling in één beeld dat ons raakt: “de mens zette de eerste stap op de maan.”  Hij zegt niet: de wijzigende internationale verhoudingen of de geopolitieke veranderingen, maar:  “de muur viel in Berlijn.” Hij zegt niet: door discriminatie konden grote groepen van de bevolking in de recente historie niet participeren, maar: “om twee redenen kon Ann Nixon – nu 106 – twee generaties terug niet stemmen: ze was een vrouw en ze had een zwarte huidskleur.”

Obama houdt van anaforen: herhaling van zinnen die identiek starten. Die anaforen geven ritme en samenhang. De concrete beelden bezorgen kippenvel. Herkenning leidt tot identificatie en identificatie tot verbinding. De antimetabool zorgt voor een apotheose met een sterk appèl: “vraag niet wat je land voor jou kan doen, vraag wat jij kan doen voor je land.” Was dat niet een variant op een uitspraak van een ander begenadigd spreker? En is zo’n variant op een bestaande uitspraak niet ook weer een krachtige speechtechniek? Ja, toch?

Met het oproepen van vragen, houdt hij de aandacht vast. Misschien is het krachtigst van alles wel dat Obama niet alleen continu in contact lijkt te zijn met zijn publiek, maar ook met de kern van zijn boodschap én met zichzelf. Valt op alle vlakken van deze contactdriehoek vooruitgang te boeken? Op het einde van de workshop concluderen we:  Yes we did!


Vriend

Lees meer...

Sinds kort ben ik lid van de linkedin-group Verloren Woorden. In korte tijd komt er een prachtige serie woorden voorbij: kwiek, verdulleme, kriek, mesjogge, stante pede en koekeloeren. Inbrengers verklaren de betekenis en roepen op tot discussie. De meest humoristische bijdrage tot nu toe leverde Hans Gort. Hij doneerde het woord ‘bonus’ met de vraag: ‘of ben ik nu te vroeg?’

Woorden ademen een tijdsgeest uit. Mijn oma van de koude kant bezigde graag het woord ‘mieters’. De plantjes van haar schoondochter stonden er mieters bij en ook haar jurkje paste mieters.  Mijn tante Henny noemde mij tussen mijn zevende en twaalfde vaak een nozem. Ik kon het woord nauwelijks plaatsen, maar grijns nu als radio 2 weer de sixty’s- en seventy’s-weken uitzendt.

Sommige woorden doorstaan de tijd maar dan met een geheel nieuwe betekenis. Zo ontdekte ik in een Van Dale met vergeelde, breekbare pagina’s bij het woord vliegtuig de uitleg: machine waarmee men denkt te kunnen vliegen. Wat zou ik graag de vastlegger van deze betekenis nog eens interviewen. Welk gevoel had hij bij dat woord? Wat vindt hij van de wereld van nu?

Op een borrel ter ere van een bachelorsbull sprak ik met ouders van tieners over Hyves. Dochter R. was via de digitale snelweg benaderd door een kind dat ze niet kende om tot de Hyves-vriendenschare te horen. Volgens haar vader zat dit kind bij zijn dochter op school. Dochter R. gaf echter aan: ‘ik ga iemand die ik niet ken toch niet als vriend accepteren?’ Een kind naar mijn hart! Een andere vader sprak: ‘Maar het Hyvesdoel is toch om zoveel mogelijk vrienden te hebben?’

Vanaf de borrel voel ik een enorme aandrang om de huidige Van Dale-auteurs te waarschuwen: ‘Zodra jullie de huidige betekenis van ‘vriend’ wijzigen in ‘mensen die je mogelijkerwijs kent’, stop ik met het vervangen van de Van Dale die ik dan heb!’ Zal ik op mijn linkedin-group Verloren Woorden voor de zekerheid ook maar het woord ‘vriend’ voordragen?


April 2009

 


Conflicthantering is kinderspel: de oplossing ligt op straat

Lees meer...

Onvermogen of onwil? Dat lijkt een cruciale vraag in de samenwerking tussen drie organisaties die samen een project moeten realiseren. In de achtste werkbijeenkomst constateert één deelnemende organisatie vermoeid: ‘het lijkt wel of we telkens opnieuw beginnen. We zetten één stap vooruit en gaan er dan weer twee terug.’  Niemand pakt de opmerking op. De voorzitter werkt op de inhoud stug toe naar nieuwe vervolgafspraken. Ik zoek als nieuw projectlid naar mijn rol. Drie weken later lijkt geen van de betrokken organisaties de vervolgafspraken na te komen. Op de deadline is er niet gebeurd wat was afgesproken. Via de veilige digitale snelweg vliegen druk allerlei vragen, nieuwe en oude ideeën heen en weer. De verwarring groeit. Toch blijft de toon in de mails vriendelijk en lees je alleen tussen de regels door de frustratie. De ene organisatie vertrouwt me per mail toe dat ze vermoedt dat één van de andere organisatie bewust de boel sabotteert. De andere organisatie slaakt ook een digitale zucht in mijn emailbox: ‘ze begrijpen niet hoe het bij ons werkt!’ De derde organisatie zwijgt in alle talen. Wat te doen?

Ik staar uit mijn raam. Op het grasveld staken de buurkinderen ineens hun vrolijke spel. Gegil. ‘Ik doe niet meer mee!’ brult een blonde krullenbol in trainingspak terwijl hij de bal weg schopt.  ‘Wat is er?’ vraagt de ander die een versleten spijkerbroek draagt. ‘Ik speel niet meer met jou!’ klinkt het boos uit het trainingspak. ‘Hoezo dan?’ vraagt de spijkerbroek. Zonder om te kijken loopt het trainingspak weg. ‘Hé. Kom op. Vertel nou wat er is!’ probeert de spijkerbroek. ‘Bekijk het maar, valsspeler!’ schreeuwt het trainingspak. Een ander kind dat de weggeschopte bal heeft opgehaald, zegt: ‘kom op jongens! Ga even zitten en praat het uit!’ ‘Ik praat niet meer met hem’ klinkt het vastbesloten uit het trainingspak. Even is het stil. Dan zegt de spijkerbroek: ‘als je niets zegt en boos blijft, blijf ik ook met een rot gevoel zitten.’

Mijn zoontje ligt op zijn knieën op het grasveld en observeert het geheel. Als hij mij plots bij het raam ziet, voel ik me betrapt. Ze hebben volgens mij blok vijf van de Vreedzame school over mediation nog helemaal niet gehad. Ze lijken het ook niet nodig te hebben! In de nieuwsbrief van deze week las ik dat leerlingmediation pas de komende periode centraal staat en vier stappen bevat: Stap 1 introductie: wie zijn we en willen we een oplossing? Stap 2: luisteren: wat is er gebeurd en hoe voel je je daarbij. Stap 3: zoeken naar oplossingen. Stap 4: welke oplossing is voor de parijen bevredigend? Win-win.

Onvermogen of onwil? Misschien moet ik de eerstvolgende bijeenkomst van de drie organisaties niet die vraag voorleggen, maar de vier stappen op de agenda zetten en openen met mijn raamobservatie.


mei 2008

 

 


Intervisie in een hindoetempel: Doen wat goed voelt

Lees meer...

Wat is het doel van het leven? Ik ken geen kortere vraag die zo groot is. Na een overvolle ochtend  met een coaching van een manager die moet kiezen tussen een horizontale of verticale carrièrestap, een uitdagend acquisitiegesprek over doorbraakkansen in een vastgelopen team, en een verlate lunch van drie boterhammen belegd met vijfentwintig ook-dat-nog-mails stap ik in de auto. Waarom ga ik een dag voor mijn vakantie ook nog naar Wijchen? Ik kan mijn afspraak om een Hindoetempel te bezoeken met mijn intervisiesmaatjes Oosterse Veranderkunde toch ook afzeggen? Ik doe het niet. Tuurlijk niet. De mantra van mijn opvoeding dwingt: wie A zegt, moet ook B zeggen. Maar, wanneer pak ik mijn koffer? En red ik het om morgenochtend nog die beloofde offerte te maken?
Negentig kilometer asfalt en twee flesjes Aquarius verder, rijd ik het parkeerterrein op van de Hindoetempel. Twee intervisiemaatjes zitten al op een kaal buitenterras dat gevangen ligt tussen het spoor en een rondweg. Indir, een aller¬vriendelijkste Hindoestaan stelt zich met een glimlach voor en serveert thee, cassave, loempia’s en andere vegetarische gerechten. Alleen al de tocht van zijn voorouders van India via Suriname naar Nederland biedt uren stof voor reflectie. Het lijkt of voor hem de plek waar je bent er niet meer zoveel toe doet.

De Hindoetempel bevindt zich op de bovenste verdieping van het Multifunctioneel Hindoestaans Cultureel Centrum (MHCC). Indir legt uit dat de kern van het Hindoeïsme eenvoudig is: ‘Iets goed doen. Niet theoretiseren, maar doen wat goed voelt.’ Het MHCC is daar een voorbeeld van. Gebouwd zonder subsidie, met Hindoestanen en Wijchense burgers samen. Later legt de pandit – voorganger in de tempel – uit dat de prachtige ramen, die mijn katholieke ogen al snel tot een drieëenheid vormen, helemaal geen symbool vormen van het Hindoeïsme. Sterker nog de ramen hebben geen betekenis maar zijn het gevolg van starre gemeentelijke regelgeving. Als het aan de initiatiefnemers had gelegen waren het gewoon allemaal rechthoekige kantoorramen geweest. De  Wijchense ambtenaren en welzijnscommissie eisten echter een mooiere vorm. Uiteraard moesten de initiatiefnemers daar zelf weer een ton Euro extra voor zien te vinden. “Een mooi voorbeeld van regels volgen tegenover doen wat goed voelt.” zeg ik beschaamd. De pandit lacht: “nu zijn we er wel blij mee; toen vonden we het jammer, en niet nodig.”

De plek vormt volgens de brochure een oase van rust en creëert een vindplaats van multi¬culturaliteit en spiritualiteit. Het doel van de activiteiten is dat jongeren goed begeleid worden, ouderen uit hun isolement raken, de deelname van de doelgroep aan de samenleving toeneemt en de wederzijdse integratie voor een harmonieuze samenleving een impuls krijgt.

Na een inleiding op het Hindoeïsme en een eerste gesprek met de pandit komt het heilige moment. We gaan naar de bovenste verdieping. Als onze schoenen in het rek staan en de zweetlucht en wierook zich vermengen, raken we als intervisiegenoten stil.
De verschillende afbeeldingen van die ene God glitteren ons tegemoet. Kies ik de kleermakerszit op een kussen of  toch maar een stoel? Een Nederlandse man bespeelt licht in trance net als twee Hindoestanen een instrument. De pandit zingt met hen gebeden. Vond de autochtoon hier zijn doel? Later hoor ik dat hij een Wijchense vrijwilliger is die zorgde voor het stucwerk in het MHCC. Gewoon op een dag binnengelopen, tips en adviezen gegeven en gewoon handen uit de mouwen gestoken. Hij komt sindsdien regelmatig om mee te zingen en mee te bidden.
ganesha01Ganesha, de afbeelding van die ene God in een God met een olifantenkop intrigeert me. De grote oren leren ons te luisteren naar wat de ander graag kwijt wil. Zijn dikke buik zegt: sla op wat je hoort en roddel er niet over. De lange slurf staat voor het ongeschonden aangezicht en daagt uit: wees eervol. De kleine ogen nodigen uit de grootheid van de ander te zien. De combinatie van mens en dier leert: respecteer ook het leven van dieren.
Achter in de ruimte ontstaat geroezemoes. Onverwacht zijn we deelgenoot van een familie die gaven van mooie groentes en spijzen offeren. Een prachtig geklede oma en haar kleinkind bezoeken hun voorkeurs¬verschijningen van die ene God.

Als we later als intervisiegroep een vegertarische maaltijd aangeboden krijgen, nemen we een langere stilte in acht voor we gaan eten dan in alle voorafgaande sessies. Hebben we iets geleerd? Brahma de schepper, Vishnu de onderhouder, Shiva de vernietiger of liever vernieuwer; het kunnen zomaar rollen van een manager, een adviseur, een mens zijn. Leven volgens dharma is leven volgens de richtlijnen van het positieve.
De oma en het kleinkind bieden ons een zoete lekkernij aan; want ook wij mogen delen in hun gaven. De wijsheid om geen richtlijnen voor te schrijven maar adviezen te geven als voorganger raakt me.

Als ik vertel dat ik morgen naar de bergen en de zee vlieg om na een hectische tijd uit te rusten, glimlacht de pandit minzaam en bemoedigend. Dan zegt hij rustig: zoals de zee in de druppel is, zijn de bergen en de zee ook al in jou. Je hoeft niet ergens naar toe te gaan om rust te vinden. De rust zit ook in jezelf.

Misschien is het antwoord op die grote levensvraag wel heel kort en is de kracht van deze relatief kleine religie wel heel groot. Laten we onze ziel verbinden met wat groter is dan ons. Laten we gewoon doen wat goed voelt. Misschien zit daarin ook het geheim van een goede adviseur en een goede coach.


Mei  2007 Ed Grubben CMC

 

 


Veertig dagen Veertigdagentijd

Lees meer...

Kun je in veertig dagen jezelf tegenkomen, jezelf ontmoeten of zelfs jezelf vinden? Krijg je meer grip door te minderen? Durf je vragen toe te laten waarop je het antwoord niet weet? Wat biedt: verstillen en vertragen, vergeven en vergeten, verbinden en verdiepen? Wat brengt: afromen, afvallen, afpellen en gewoon afwachten? Daal af uit het hoofd. Leg je ego het zwijgen op. Je ik is toch meer dan je ego? Vergeet macht, gewoonte, succes of status. Het zijn slechts de buitenboordmotoren van de valse hoop en de ingebakken teleurstelling. Verlaat het denken. Zoek de rust waar de ruimte en stilte wonen. Daar kan de echo van je stem weerklinken. Daar ontkiemt de kracht van een sterkere drijfveer. Daar ontmoet je de kern die de wind in je zeilen blaast.

Duik in je gevoel. Wat borrelt er in het meer van droefenis en angst? Wat ervaar je in de storm van woede en de golf van blijheid? Ga mee in de stroom. Staak verzet en stap uit je verlamming. Laat willen en kunnen samensmelten.

Veertig dagen tijd. Van weelde en overwoekering naar woestijn. Van bewoonde wereld naar de afzondering. Van het vertrouwde of vanzelfsprekende patroon naar zelf horen, zelf voelen, zelf spreken. Laat het vertrouwde los. Gun jezelf veertig dagen per jaar.

Ed Grubben, Maart  2007

 

 

 


Are you with me?

Lees meer...

De laatste klanken van Bachs Piano Concerto No. 5 in F minor verdwijnen in de ruimte. Mijn ogen glijden over het schilderij  boven onze bank. ‘Momentos de fragilidad’; de stokvis hangt te drogen op een mediterrane markt; de krant van vandaag ligt klaar als verpakkingsmateriaal. 

Nog even zappen? Ik beland midden in een filmscene met Tom Cruise. Jong, onbevangen en stoer moet hij bij de marine een klus klaren. Daarbij krijgt hij te maken met een officier; een vrouw. Cruise neemt haar niet echt serieus en staat continu in de zendmodus. Dan kijkt de leidinggevende Cruise met een doordringende blik aan. Ik lees in de ondertitel haar volgende zinsnede: “Luister je?!” Maar mijn oren vangen ineens helder de Engels uitspraak op: “Are you with me?!”
Wat een prachtige zin. Vier woorden. Cruise lijkt uit het veld geslagen.  Ik niet minder. Sterker kun je het niet verwoorden: are you with me? Deze zin gaat verder dan de vraag of je luistert. Deze zin vraagt de bereidheid in iemands wereld binnen te stappen en waar te nemen wat de ander denkt, voelt en bedoelt. Geen snelle oordelen, ondoordachte meningen en goedkope standpunten. Nee. Bij iemand zijn door eerst eens te denken, voelen en begrijpen zoals hij of zij denkt, voelt, begrijpt. Niet om het eens te zijn. Wel om samen te zijn zijn. Nabij te zijn.

Ik zet de t.v. uit. Druk op de herhaalknop van de CD-speler. Kijk opnieuw naar de stokvis. Het klaarliggende krantenpapier. Are you with me?

Ed Grubben  januari 2007

 

 

 

 

 


Kies wijzer Najaar 2006

Lees meer...

De verkiezingsprogramma's vliegen door de ether. Lagere belastingen, hogere straffen, kleinere scholen, grotere arbeidsparticipatie, minder managers en meer handen aan het bed. Deltaplannen voor de vergrijzing en stoomboten vol veel te vroege sinterklaas-cadeaus. Er lijkt in november wat te kiezen.
Wat spreekt u aan? Het 15 puntenplan van de één of de geïntegreerde aanpak van de ander? Bent u gevoelig voor de pakkende one-liners of verdrinkt u in de complexiteit? Kiest u voor de inhoud of de vorm? Maakt u echte analyses of volgt u uw gevoel?

De verkiezingstijd is bij uitstek geschikt om uw politieke kleur te (her)ijken. Dat kan snel en gemakkelijk! Met de stemwijzer slaat u in 15 minuten uw slag. U beantwoordt een reeks vragen en klikklik-morrelmorrel: daar rolt het stemadvies eruit. Wetenschappelijk onderbouwd! Nog een druk op de rode knop en klaar. Makkelijker kan het niet. En nu maar achteroverleunen en wachten of anderen waarmaken wat ze beloven.

Stem slimmer, kies beter! Neem het heft in eigen hand. Schrijf nu uw eigen plan voor de toekomst. Volg Steven Covey's oproep om een omslag te maken. Ga van effectiviteit naar inspiratie! Zet uw mentale intelligentie aan het werk: verwoord uw eigen visie. Waar gelooft u in, wat zijn haalbare doelen? Prikkel uw emotionele intelligentie: vertrouw op uw gevoel, zoek de verloren passie, voel de drijfveren. Durf de rust te nemen om uw spirituele intelligentie te horen: wat zegt uw geweten? Ergens in u woont die oude man of vrouw, dat kleine kind, die zonder veel woorden weten wat goed is en niet. En last but not least: grijp de kracht van uw fysieke intelligentie: welke discipline is nodig om uw visie, passie en geweten te volgen en te voeden?

Kies wijzer. Ontdek uw eigen innerlijke stem.

Ed Grubben september 2006

Deze column is geïnspireerd op de 8ste eigenschap van S. Covey.

 

 

 

 

 


Denken en doen vereist vitamine C

Lees meer...

Kort en krachtig communiceren is niet voldoende!
“Dit is een testmail.” Dat was de enige boodschap in de e-mail die het hoofd van de school van ons zoontje vorige zomer aan alle ouders stuurde. Was dit het resultaat van de kort-en-krachtig-communiceren-golf die ons overspoelt? Ik wist niet wat ik ervan moest denken. Ik wist niet wat ik ermee moest doen. Wilde hij testen wie de mail had ontvangen? Bedoelde hij dan dat ik een bevestiging retour moest sturen als ik de mail had ontvangen? Had hij wellicht zelf de functie ‘leesbevestiging vragen’ aangezet en wilde hij zo testen hoeveel tijd er zat tussen de eerste en laatste ouder die de mail opende? Tot op de dag van vandaag weet ik het niet. Van twee consultants van Lysias Consulting Group - Marcel Benard en Chretien Sarton - leerde ik deze zomer dat de korte en krachtige maar inmiddels sleetse boodschap dat gemeenten nu eindelijk eens regie moeten nemen niet werkt. Beide heren tonen in een artikel in de digitale nieuwsbrief Gemeente.nu aan dat voor velen de term regie niet meer is dan een abstract containerbegrip. Wat ervan te denken? Wat ermee te doen? Ze wijzen erop dat gemeentes in verschillende vraagstukken verschillende rollen en posities innemen en dat regie elke keer een andere betekenis of invulling moet krijgen. Ze houden dan ook een kort en krachtig pleidooi om het woord regie te schrappen en te vervangen door vier andere concrete begrippen die duidelijk maken op welke vier zeer verschillende wijzen een gemeente de regietaak kan en soms moet invullen. Als u hun artikel Gemeente stop met regie! leest, ontdekt u dat deze concretisering zo’n verheldering is in het denken dat je meteen een verlangen voelt om de stap van denken naar doen te zetten.

Een ander voorbeeld van de kracht van de vitamine C(oncreetheid). Laatst coachte ik iemand die van zijn baas een opdracht kreeg die kort en krachtig was: “Schrijf een nota over ons ziekteverzuim. Het concept wil ik over een week op mijn bureau.” Waar te beginnen? In onze eerste coachingssessie begon de opdrachtnemer te blozen bij het zien van zoveel mogelijke concretiseringen van de opdracht. Wat wilde de baas nu eigenlijk? Een kleine greep uit de mogelijke nota’s: een registratie van de ziekteverzuimcijfers over de voorbije periode? Een analyse van de oorzaken van de pieken en dalen al dan niet met een oordeel? Een vergelijking tussen de afdelingen in het bedrijf met een analyse van de best-practice in de eigen organisatie gevolgd door adviezen? Of toch liever een benchmark van de eigen verzuimcijfers met vergelijkbare organisaties in de branche? Of misschien meteen maar een plan van aanpak om het verzuim met 1% per jaar terug te dringen? Mijn cliënt begreep meteen wat zijn writersblock voedde. De volgende dag voerde hij met zijn baas een echt opdrachtgever- en opdrachtnemergesprek dat we samen hadden geoefend met als belangrijkste doel: het concretiseren van de opdracht. Een week later lag er een concepttekst die voldeed aan de verwachtingen van alle partijen. De opdrachtnemer bleek verder helemaal geen schrijfcoaching nodig te hebben.

Een laatste voorbeeld. Bij een gezondheidsinstelling zat ik in een projectteam dat als doel had het pro-actief en gebiedsgericht werken te bevorderen. Medewerkers hadden al enkele malen kort en krachtig informatie ontvangen over het doel van het traject. Toch bleef het een onderwerp waar niemand echt warm voor leek te lopen en tegelijkertijd was er ook niemand echt op tegen. Het project leek lange tijd een levenloos speeltje van de leidinggevende te zijn. Wat te denken? Wat te doen? We besloten een vitamine-C-bijeenkomst te organiseren waarin medewerkers zelf konden aangeven hoe zij deze abstracte begrippen vanuit hun eigen werkplek handen en voeten konden geven en waarin ze zelf concreet gingen benoemen op welke prestatie-indicatoren ze zelf in de toekomst aangesproken wilden worden als het ging om pro-actief en gebiedsgericht werken. Het resultaat? Pittige discussies en grote betrokkenheid mondden uit in ambities die de verwachtingen van de leidinggevende overtroffen.

Kortom: kort en krachtig communiceren is onvoldoende. Wilt u overtuigen, succesvol veranderen of samenwerken: check het denken en doen dan altijd op de hoeveelheid vitamine C. Hier geldt immers de wet: hoe concreter, hoe beter. Deze column is op verzoek van Caroline de Pater geschreven voor haar website www.denkendoewerk.nl.

Naar de vorige columns:

{loadposition embedc}


Column:
Stop communicatieve armoede

Lees meer...

 

 

 

Neem contact op:

Mobiel: 06-518 07 258

Telefoon: 033-457 27 27

Email: info@grubben.net

Linkedin Pagina